lotgenoten in kunst

 

Lotgenoten in kunst | Terug naar Index >

5 fragmenten || Muziek, tekst, grafisch werk || Auteur: 'Een Jongen'

 

1. Gevolgen misbruik door anderen || 2. Schandjongens || 3. De ontering van het geslacht || 4. Dwangmatig handelen || 5. De oom van de oom || 6. Al die kinderen van de rekening || 7. Verruild || 8. Dan maar verguisd || 10. De essentie van de eerste keer || 13. Eenzaamheid || 14. Satanisch ritueel misbruikt||

Eenzaamheid

 

sinds hij het weet
die man die zich over hem ontfermd heeft
diens vriendschap aan hem geopenbaarde
in diens kameraadschap alles aan de jongen toonde
hem deelachtig gemaakt heeft aan bepaalde zaken
die alleen mannen aangaan
staat hij verveeld aan de zijlijn
als reserve wanneer er gevoetbald wordt
als de jongens dartel over elkander buitelen bij het stoeien
is hij niet meer van de partij
zwijgend slaat hij hun onbevangen spel gade
het lust hem niet meer
zijn spontane grillen ingeruild voor bedachtzaamheid
een denken aan wat
hij weet het zelf niet
een jongen denkt nu eenmaal niet na
maar doet

sinds hij het weet
nu ook andere kerels hem ingepalmd hebben
hun rare spelletjes aan hem opdringen
die hem toch het allerminst aangaan
zijn zijn klasgenoten als vreemden voor hem
hij zag hoe een van hen die zwarte kat greep
en de bel aan diens staart vastbond
in de volle kapel vluchtte die uit de doos
en rende verdwaasd al die galmende gangen door
op het matje werd de jongen geroepen
begrepen dat hij ervanaf wist
onder de bloedige striemen ontkwam hij aan hun tengels
hoewel hij zijn vriendjes niet verraden had
stijf hield hij zijn lippen op elkander
verbeet verontwaardigd de felste pijnen
een jongen heeft nu eenmaal zijn eigen trots
die laat hij zich niet ontnemen

sinds hij het weet
staat hij vaak voor de spiegel te staren
en begrijpt niets meer van zichzelf
kijkt naar de blote tranen over beide wangen
en schudt ze verwilderd van zich af
met niemand kan hij dat delen
niemand wenst hij erin te betrekken
aangestoken hebben ze hem met al hun gegeil
hem aan zijn ballen erbijgesleurd
al zijn verborgen interessen als vurige kolen opgerakeld
stikum wil hij wel al te graag
toch wenst hij vurig hen nooit meer te zien
door hen allen alleen gelaten te worden
ze hadden hem duidelijk op zijn pik getrapt
zijn eenzaamheid verdiepte zich als een bodemloze put
voelt zich aan het firmament verkleefd
onbarmhartig uitgekruisd als een misdadiger over het wiel
dat op die lange staak als ooievaarsnest moet dienen
menigten onder hem jouwden hem uit
bekogelden hem met rotte eieren en tomaten
maar moedig verbeet hij de aangedane schande
een jongen is immers geen meisje
te volharden heeft hij tot het bittere eind

als een schim trekt hij door al hun straten
maar door geen van hen wordt hij aangesproken
lege vensters staren hem droefgeestig aan
tenslotte steekt hij de sleutel in haar gat
slaat vermoeid de deur achter zich dicht
en staart naar die vier muren
die weer het gesprek met hem zijn begonnen
nooit houden zij op met hun gevraag
nimmer heeft hij hen van antwoord gediend
bevreemde ogen die hem alsmaar aanstaren
vol verwijt omdat hij zich niet prijsgeeft
zijn echo sterft weg over de stille gracht
beter is het alleen te zijn
dan zich sociaal te moeten aanstellen
gelijk te worden aan al die andere leeghoofden
want sinds hij het weet
beseft hij al die onwetendheden van derden en vierden
hij kan dit alles niet aan hen kwijt
stank voor dank krijgt hij ervoor terug
zij kunnen zoiets nooit begrijpen
hun dichtgeplamuurde ogen blijven geheel gesloten
gelijk een blinde niets begrijpt van al die bonte kleuren
de verscheidenheid van het pallet der perversiteiten
de dubbele moraal en het theaterspel der wereld
waar zij allen ingetuimeld zijn
behalve deze jongen
zijn behoedzaamheid bewaart hem zelfs maar te struikelen

toch is sinds hij het weet
zijn levenspad één struikelgang gebleken
in zinderende radeloosheid had hij zijn leven willen afsnijden
maar overleefde het
sindsdien besefte hij het
dat nooit en nooit meer
als een kombuisjongen zal hij blijven vechten op het zinkende schip
al komt het water tot aan zijn lippen
geen enkele matroos die hem niet heeft bekend
al voltrok zich de daad in alle zwijgendheid
nee die eenzaamheid went nooit
dat komt nooit meer goed
maar zolang hij geloof heeft is er hoop
hij weet zijn Jezus aan zijn zijde
Die eenzamer was dan wie ook
nooit vertrouwde Hij Zijn hart toe aan een ander
verlaagde Zich nimmer met een grap en een grol
want Hij wist wat er in elke mens huist
spiernaakt tentoongespreid hebben zij Hem
maar zelfs toen kon Hij alles aan Zijn hemelse Vader toevertrouwen
Die ook de Vader van deze jongen is gebleken
Hij stelt hem in alles gerust
op Hem kan hij zich verlaten

ieder heeft zijn eigen rugzakje te dragen
dus ook hij de zijne
maar zijn God verlicht hem zijn last
ja
toch is er hoop
dat weet hij heel zeker
ondanks alles komt het meer dan goed
zijn Vader leidt hem wel door alles heen
Zijn intense liefdes voelt hij door zich heen stromen
hij begrijpt het wel niet
maar dat vraagt Hij ook niet van hem
gelijk een vader alles voor zijn zoontje regelt
een milde glimlach trekt door hem heen
zijn ellende heeft hij aanvaard in genegenheid voor Hem
want hij weet zich slechts een jongen
die alles aan Hem over mag laten
in Hem lost zijn eenzaamheid wel niet op
maar het is wel degelijk te dragen
in alles zal zijn God hem voorzien

 

1. Gevolgen misbruik door anderen || 2. Schandjongens || 3. De ontering van het geslacht || 4. Dwangmatig handelen || 5. De oom van de oom || 6. Al die kinderen van de rekening || 7. Verruild || 8. Dan maar verguisd || 10. De essentie van de eerste keer || 13. Eenzaamheid || 14. Satanisch ritueel misbruikt||

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

© 2016 / 'Een Jongen' / Stichting Klokk.
Kopiëren, (her-)publiceren, al dan niet in gewijzigde vorm, van de inhoud van deze website: te weten tekst, beeld, geluid en video is onder geen enkele voorwaarde toegestaan.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

> Terug naar de overzichtspagina