INFO HISTORIE KLOKK

WAT IS OPGEVALLEN...

In de afgelopen jaren heeft de Stichting KLOKK een actieve rol gespeeld in het tot een goed einde brengen van het “Dossier kindermisbruik in de RKK”.

Vanaf de eerste publicatie door Joep Dohmen en Robert Chesall, waren de mensen die later KLOKK oprichten en in een enkel geval tot op heden binnen KLOKK werkzaam konden zijn actief om te bevorderen dat dit dossier goed zou worden opgelost.

Onder een goede “oplossing” moeten worden verstaan: erkenning, genoegdoening en compensatie met daarbij ook de begeleiding om de ervaringen van destijds onder woorden te brengen en steun te krijgen bij het verwerken van deze ervaringen. Die misbruik ervaringen in de kindertijd leidden in bijna alle gevallen tot trauma’s, problemen in relaties, moeite met gezagsverhoudingen en vooral moeite om te vertrouwen.

Het heeft slachtoffers in te veel gevallen grote problemen opgeleverd met de eigen gezondheid, in relaties en met werk.

Het contact dat met de Stichting KLOKK is aangegaan door lotgenoten is dan ook van bijzondere betekenis.

Er werd vertrouwen aan de mensen van de Stichting KLOKK gegeven. De ontstane relatie is dan ook niet vrijblijvend. Wanneer lotgenoten de relatie beëindigen is dat een gevolg van het doorlopen van de klachtenprocedure en de begeleiding om weer zelf verder te gaan. KLOKK heeft alleen in uitzonderlijke gevallen de (werk)relatie beëindigd. In de kwetsbaarheid van lotgenoten in relaties is dat een vergaande stap.

Het hele proces vanaf de eerste publicatie tot en met de sluiting van de mogelijkheid tot het indienen van een klacht is voortdurend en voor iedereen onvoorspelbaar gebleken.

Denken via vaste sjablonen van proces denken en managementtheorieën bleken ontoereikend.

Niet vreemd weten we nu. Achteraf. Een dergelijk omvangrijke misbruikzaak was nog niet eerder openbaar geworden, zoveel decennia terug en met een in deze tijd nauwelijks nog voorstelbare context.

HOE HET BEGON...

Na de publicatie van het boek “Vrome Zondaars” van Dohmen en Chesall en nadat men zich de omvang realiseerde kwam de Tweede kamer in actie. De grote partijen (CDA, VVD, PvdA, D’66, Groen Links en PVV) toonde grote eensgezindheid in de wens om deze zaak helemaal tot klaarheid te brengen. Lotgenotengroepen, toen gevormd door slachtoffers van bepaalde congregaties (hotspots) werden uitgenodigd voor een hoorzitting. De lotgenoten wilden dat er onderzoek zou worden gedaan naar de aard en de omvang van het misbruik. De RKK ondernam stappen om tot een onderzoek te komen en had daarvoor de heer Deetman benaderd. Er ontstond een discussie over de wenselijkheid van een Parlementair Onderzoek. Het parlementaire onderzoek ging niet door. Het onderzoek van Deetman wel. Het zouden uiteindelijke zelfs twee onderzoeken worden.(Een vervolgonderzoek specifiek naar vrouwen als slachtoffer van misbruik in de RKK).

Slachtoffers en aangeklaagden (de RKK) leken zich elk op een andere planeet te bevinden. Er was nog geen directe communicatie.

OVER DE CONSEQUENTIES VAN EEN ONDERZOEK IN “OUDE MISBRUIKZAKEN”...

Na het eerste Deetman onderzoek volgde op verzoek van KLOKK en de Tweede Kamer een tweede. Ook deed de Commissie Samson onderzoek naar misbruik in de Pleeg- en Jeugdzorg. Na lang aandringen, m.n. vanuit KLOKK startte ook een onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, de Commissie de Winter en meer recent de commissie de Vries die onderzoek doet naar misbruik in de sport. In het “Deetman onderzoek” waren ook nog twee commissies actief die aanbevelingen moesten doen t.a.v. de hulpverlening (Commissie Bandell) en de compensatie (de Commissie Lindenbergh.)

Onderzoekscommissies lossen geen problemen op, spelen geen rol in de erkenning, genoegdoening en compensatie. Zij vragen wel aan slachtoffers om hun verhaal te doen. Inmiddels weten we dat dit veel vraagt van mensen. Wel is er bij slachtoffers waardering voor het feit dat er eindelijk serieus geluisterd wordt naar wat hen is overkomen.

Slachtoffers die hun verhaal toen t.b.v. een onderzoek, gaan graven in hun geheugen, in hun verleden. De eerste ruwe versie belandt op het bureau van de onderzoeker. Daarmee heeft de Commissie weer een casus. Voor het slachtoffer gaat het proces verder, het ene na het andere laatje van het geheugen gaat open. Zorgvuldig weggestopte en soms gewoon overwoekerde ervaringen komen weer in beeld. Het begint weer te spoken, als dat al ooit is opgehouden. Een leven trekt voorbij, verbanden tussen heden en verleden worden pijnlijk zichtbaar.

Complicerende factor is dat heel veel slachtoffers deze jeugdervaringen(het misbruik) niet altijd hebben gedeeld met hun partners. Nu staan ze opnieuw voor de keuze: wel of niet delen.

Contact met een onderzoekscommissie is een moment. Bij een verantwoordelijke aanpak moet vooraf duidelijk zijn welke flankerende maatregelen deel uit maken van het onderzoek. Wetenschappers zijn primair geïnteresseerd in het onderzoek en de voorzitter in het voldoen aan de vraag van de opdrachtgever.

Er moeten vanaf het begin afspraken zijn over de wijze waarop de melders begeleid worden, over wat met het onderzoek gedaan gaat worden en wat de melders mogen verwachten. Dat scheelt veel onzekerheid. Het maakt wel of niet melden tot een faire kosten baten analyse voor de melder, hij is geen data set, maar het subject.
Zijn/haar welzijn moet centraal staan.

OVER DE ROL VAN LOTGENOTEN EN LOTGENOTENORGANISATIES...

Lotgenoten die een luisterend oor bieden en vergelijkbare ervaringen kunnen delen spelen een belangrijke rol in de eerste fase.

Lotgenoten die op enig moment deze eigen ervaringen ook kunnen gebruiken om de diverse arrangementen te helpen verbeteren leveren daardoor een wezenlijke bijdrage aan oplossen van het dossier. Dat is niet ieder slachtoffer gegeven. De persoonlijke ervaringen moeten op enig moment geparkeerd kunnen worden, organisaties mogen ook niet gebruikt worden om vooral de eigen klacht te realiseren. Het is een precaire scheidslijn.

Vooral het Platform Hulpverlening van het Meldpunt heeft (in vervolg op Bandell )verzuimt de inbreng van ervaringsdeskundigen serieus te nemen. Dat heeft het vertrouwen zodanig geschaad, dat dit nauwelijks nog was te herstellen.

De voorzitters van de Klachtencommissie en de Compensatiecommissie slaagden erin vanaf het begin de lotgenotengroepen serieus te nemen. Voor KLOKK heeft dit in ieder geval gewerkt.

Naar de Tweede Kamer was communicatie vanuit de lotgenotengroepen belangrijk. Resultaten werden geboekt daar waar de inbreng door de lotgenotenorganisaties ook een politiek vervolg konden krijgen. KLOKK heeft daar veel aandacht aan besteed.

De lotgenotenorganisaties kenden vanaf 2010 verschillende afscheidingen slaagden er niet in duurzaam samen te werken. Daardoor kon de indruk ontstaan dat de ene organisatie beter gehoord werd dan de andere. KLOKK is er desondanks in geslaagd een eigen agenda met de overlegpartners uit te voeren.

Voor een stabiele en continue rol van een lotgenotenorganisatie is meer nodig dan ervaringsdeskundig zijn. De actoren moeten over bepaalde competenties beschikken en om continuïteit te waarborgen moet de activiteit gefaciliteerd worden.

“Overorganisatie” en bureaucratisering leidt af van he primaire proces. Zware bestuurlijke structuren kunnen ondervangen worden door beheerstaken onder te brengen bij een grotere organisatie. Voor medewerkers is een vorm van supervisie onontbeerlijk om te overleven.

Het is een illusie om te denken dat dit werk bij een bepaalde intensiteit op vrijwillige basis is vol te houden is. Zowel in de eerste jaren vanaf 2010, maar ook vanaf 2014 waren werkweken van 7 dagen in de week niet uitzonderlijk en werd beschikbaarheid in de avond vanzelfsprekend gevonden.

Een lotgenotenorganisatie moet effectief kunnen acteren naar lotgenoten (luisterend oor en begeleiding), naar de media en politiek, maar zeker naar de overlegpartners die de erkenning, genoegdoening en compensatie moeten realiseren.

OVER DE WEG NAAR "ERKENNING, GENOEGDOENING EN COMPENSATIE"...

De RKK heeft de aanbevelingen van Deetman, Bandell en Lindenbergh overgenomen. De commissies Bandell en Lindenbergh waren gemengde commissie, waarin ook vertegenwoordigers van de RKK zitting hadden.

De RKK heeft alle regelingen zelf vastgesteld: de klachtenprocedure (gegrond of ongegrond) de compensatieregeling en de aanpak van de hulpverlening. Die regelingen zouden de gehele periode van kracht blijven.

In de uitvoering deden zich de volgende problemen voor:

Er zijn nogal wat barrières opgeworpen voor melders om hun klacht te kunnen indienen en gegrond verklaard te krijgen.

De klachtenprocedure en daarmee de constructie dat slachtoffer en aangeklaagde elkaar ontmoeten in een formele en gejuridiseerde setting heeft in sommige gevallen geleid tot een gewaardeerde erkenning, maar zeer vaak ook tot secundaire victimisatie door de houding en het gedrag van of de aangeklaagde en zijn/haar advocaat of vragen van de Commissie. Vooral de vaststelling dat verklaringen die op elkaar leken niet als steunbewijs konden worden gezien getuigden niet van inzicht. Meervoudige daders immers hanteerden een vast patroon. Overeenkomsten in de verklaringen zijn da voor de hand liggend.

Het typeert vooral het wantrouwen waarmee klagers vaak tegemoet zijn getreden.

OVER DE GEVOLGEN VAN DE “ONGEGRONDVERKLARING” EN HET “NIET ONTVANKELIJK” VERKLAREN VAN DE KLACHT...

Het meest pijnlijk zijn de niet ontvankelijk verklaringen gebleken. Aangeklaagden voelden zich niet aangesproken en verschenen soms ook niet ter zitting. Dan sta je met lege handen.

Voor de “ongegrond” verklaring geldt ook dat klagers zich af gewezen voelden, niet slechts formeel, maar als persoon. Als kind werden zij niet geloofd en nu tientallen jaren later weer niet. Het ontbreken van steunbewijs en niet de waarschijnlijkheid van de ervaring deed mensen de das om.

De Slotactie moest dit herstellen. Ook de voorzitter van de Klachtencommissie onderkende (in een Hoorzitting van de VKC V&J) dat de meeste van de ongegrond verklaarde klachten zeer authentiek en geloofwaardig waren. KLOKK heeft zich vanaf dat moment met steun vanuit de Tweede Kamer beijverd door de Slotactie. Door de bemoeienis van Deetman zou het echter tot half 2016 duren vooradat hiermee een begin werd gemaakt.

Doordat het tot half 2016 duurde voordat de Slotactie startte bleven mensen onnodig lang in onzekerheid en konden zij niets afsluiten. Slachtoffers werden weer slachtoffer, ditmaal van een competentiestrijd tussen de voormalige commissie Deetman en de RKK.

Er is onvoldoende oog geweest voor het feit dat kinderen niet in alle gevallen de naam van hun dader zich konden herinneren en er geen getuigen bij waren. Ook werd destijds slachtoffers op het hart gedrukt te zwijgen anders kwamen ze “in de hel” of zouden zij als zij naar de politie gingen zelf in het gevang belanden.

De vorm “klachtenprocedure” voor misbruik dat kinderen is aangedaan en waar op ruim volwassen leeftijd over geklaagd wordt is niet echt een bijdrage aan het herstel van verhoudingen of het weer verwerven van vertrouwen in mensen.

Zoveel beter pakte de mediation uit, met name de Drieluik bemiddeling”. Het afschieten van deze vorm van erkenning geven en verwerven door B&T, KNR en BC schokte dan ook de vertrouwensrelatie tussen KLOKK en B&T en KNR en BC.

Gelukkig ging een aantal congregaties door met deze vorm van mediation.

OVER DE SLOTACTIE...

De Slotactie werd aanvankelijk “veegactie” genoemd. Het doel was om alsnog een vorm van erkenning en compensatie te realiseren, zodat mensen hun dossier toch konden sluiten met een goed gevoel (voor zover dit mogelijk is in dit dossier).

Door de verlenging van duur van de klachtenprocedure adviseerde Deetman niet eerder te beginnen dan na de definitieve sluiting. De overeenstemming tussen KLOKK en de RKK over de aanpak van de Slotactie, die moeizaam was bereikt werd door Deetman overruled. De consequentie was dat de uitvoering feitelijk weer door de secretaris van de Commissie Deetman werd gerealiseerd en niet via het Meldpunt en de directe betrokkenheid van de RKK. Daarmee kreeg de RKK niet de kans zelf te acteren in de Slotactie via directe contacten. De Slotactie werd daardoor een administratieve aangelegenheid i.p.v. de broodnodige persoonlijke aanpak. De Slotactie werd daardoor een weinig transparant gebeuren, waarin de erkenning ook reduceerde van erkenning voor wat iemand als kind was misdaan tot erkenning van het leed dat was veroorzaakt.

Een direct contact en direct excuus door de verantwoordelijken verdient de voorkeur boven een administratieve afwikkeling. Onderzoekscommissies moeten onderzoeken en geen partij worden in de uitvoering van de maatregelen, zeker niet als het proces via een monitorrapportage beoordeeld wordt door de Commissie Voorzitter. Die rol wisseling doet afbreuk aan de overigens voortreffelijke rol die een voorzitter, in dit geval Deetman, speelde door de twee door hem geleide onderzoeken.
De RKK heeft verzuimd zelf weer de regie te nemen waar dit kon en nuttig was.

OVER HET PROCES...

Het proces is vanaf 2010 grillig en onvoorspelbaar geweest. Een jaar vooruit kijken kon nauwelijks, door nieuwe ontwikkelingen en regelingen.

Niemand wist wat met mensen in een dergelijk proces zou gebeuren, niemand wist bij de RKK hoe om te gaan met wat op hen afkwam en hoe lang het zou gaan duren. De veronderstelling was een duur van enkele jaren (2-3) we zijn nu 8 jaar verder.

Lotgenotengroepen moesten hun plek bevechten. KLOKK heeft zichzelf geïntroduceerd bij de KNR en enkele bisdommen. Een bisdom nam zelf het initiatief (Roermond).

De eerste modus bij de RKK was een defensieve. Alle regelingen zijn ingericht om houvast te hebben via regelgeving. Complicerende factor is dat de slachtoffers zich beschouwen als burgers van Nederland en zij in 2010 bescherming zochten bij de overheid, terwijl de aangeklaagden de bescherming zochten van het Canonieke Recht. Het recht dat geld voor alle rooms-katholieken. In dat Canonieke Recht, was de bescherming van de geestelijkheid eeuwen lang al geregeld. De Klachtenregeling zoals gehanteerd in dit dossier leek daarin niet geheel te passen volgens de Congregatie van de Geloofsleer. De regelingen zijn, ondanks de ontstane “rafels”, niet aangepast.

In 2013 was de Hoorzitting van de commissie V&J op Witte Donderdag het toneel van een forse clash tussen de lotgenotenorganisaties en de RKK. Vanuit de Commissie V&J is toen bij monde van mevrouw van Toorenburg aangedrongen op overleg. KLOKK heeft daaraan onmiddellijk gehoor gegeven. Dit overleg zou kort daarop het VO (voorzittersoverleg) worden.

De agenda van dit “voorzittersoverleg” zouden de aanbevelingen uit de “0-meting” worden. De aanbevelingen waren de overeengekomen verbeterpunten en het opheffen van pijnpunten.

Sinds 2011 zijn duizenden zaken behandeld door de Klachtencommissie en de Compensatiecommissie.

Wel is aanpassing nagestreefd in de uitvoering van het proces door de dejuridisering.

Om dit soort dossiers tot een goed eind te brengen is overleg nodig tussen de partijen. Het besef moet aanwezig zijn dat gesprekken leidden tot de gevraagde arrangementen en onder aan de streep: erkenning, genoegdoening en compensatie.

De pijn bij de slachtoffers is echter erg groot en dit heeft velen er van weerhouden het gesprek aan te gaan. De sfeer in 2010 en 2011 was er ook niet naar. Slachtoffers wilden genoegdoening een soms forse schadevergoeding. KLOKK stelde de erkenning centraal, zonder de materiële genoegdoening uit het oog te verliezen, maar “als het geld op is en er is geen erkenning geweest sta je nog met lege handen”, zo was de overweging.

Boosheid en woede zijn voorstelbaar voor wie de verhalen van de slachtoffers kent. Om tot oplossingen te komen, is een zeker pragmatisme voorwaarde. Daarom heeft KLOKK de weg van het overleg gekozen. Achteraf heeft dit voor lotgenoten veel meer opgeleverd dan in 2011 haalbaar leek.

Het overleg heeft ook zaken niet kunnen voorkomen:

Slachtoffers, ook die zich na het onderzoek Misbruik RKK hebben gemeld, zijn mensen, die decennia hebben moeten zwijgen, onderdruk van de daders, de omgeving en vaak de eigen familie. De schaamte is groot en velen voelen zich schuldig. In alle communicatie moet de boodschap zijn, dat het goed is dat slachtoffers van kerkelijk kindermisbruik zich uitspreken, dat alleen de daders zich moeten schamen en dat aangeklaagden zich zullen inspannen om daadwerkelijke erkenning, en genoegdoening.

De overlegmomenten met de Contactgroep, opgericht na aanbieding van het Rapport Deetman, zijn verwaterd omdat de “rafels” niet bevredigend konden worden opgelost. Afzonderlijke congregaties bleven zelf verantwoordelijk. De “rafels” waren volgens KLOKK het gevolg van “weeffouten” in de klachtenprocedure. Het voorstel van KLOKK om deze zaken via Drieluikbemiddeling op te lossen is genegeerd.

OVER HET VOORZITTERSOVERLEG...

Het overleg dat het “Voorzittersoverleg” werd genoemd is uniek. Nergens binnen de RKK buiten Nederland is op deze wijze intensief en langdurig samengewerkt om een pijnlijk dossier tot een voor slachtoffers goed einde te brengen. Het commitment van de voorzitters van BC en KNR groeide sinds 2013 en garandeerde de permanente aandacht van de katholieke organisaties in Nederland in de afgelopen 7 jaar. Door hun inspanningen is een langdurig proces mogelijk geworden en zijn de maatregelen ook vertrouwenwekkend.

Wel moet de kanttekening worden geplaatst dat slechts een beperkt aantal mensen daadwerkelijk actief en betrokken was.

Het is jammer dat de voorzitters niet zichtbaar massieve steun uit hun achterban hebben ontvangen. Het zou de beeldvorming ten goede zijn gekomen. Velen, ook gelovigen, zijn passief gebleven en hebben volhard in hun zwijgen en wegkijken. Dit was schadelijk voor de slachtoffers, die de steun hard nodig hadden.

De RKK stond in 2010 veraf van de sociale werkelijkheid en nam een geïsoleerde positie in. Daarom werd van uit pers en politiek zo hard gereageerd op de misbruik verhalen. Een massale inzet en spontane en expliciete steun was het imago van de RKK ten goede gekomen.

OVER WAT ER ANDERS KAN...

Samenvattend leert de afgelopen lange periode waarin door verschillende organisaties is gewerkt om slachtoffers aan te horen en “erkenning, genoegdoening en compensatie mogelijk te maken ons:

Guido Klabbers
Stichting KLOKK
Nederweert-Eind 20 november 2017

 

DOWNLOAD DEZE TEKST ALS PDF >>